Soorten amfibieën

Groene kikker

Het groene kikkercomplex (Pelophylax esculenta synklepton)

De poelkikker of kleine groene kikker (Pelophylax lessonae),de bastaardkikker of middelste groene kikker (Pelophylax kl. Esculenta), de meerkikker of grote groene kikker (Pelophylax ridibunda) . De bastaardkikker of middelste groene kikker is ontstaan uit een kruising of hybride van de poelkikker of meerkikker.

Algemene kenmerken:

De poelkikker of kleine groene kikker (Pelophylax lessonae) is de kleinste soort en bereikt een Kop-Romp-Lengte van maximaal 7 cm maar meestal schommelt deze tussen de 4,5 en 5,5 cm. Zijn hielgewrichtsknobbel (metatarsusknobbel of Callus internus) is opvallend groot en halfmaanvormig. De bovenkant van het lichaam is meestal grasgroen alhoewel nagenoeg in alle populaties ook dieren voorkomen bij dewelke een gedeelte van de rug een bruine tint vertoont. Bij de overgrote meerderheid van de dieren (zowel bij mannetjes als vrouwtjes) komt een helgroene streep voor op het midden van de rug. De pigmentvlekken op de poten zijn donkerbruin tot zwart, groter dan die op de rug en dikwijls met elkaar versmolten. De buikzijde is meestal niet of zwak gepigmenteerd. Een zeer opvallend kleurkenmerk is de groengele tot oranje grondkleur tussen het zwart marmerpatroon op de achterkant van de dijen. De kwaakblazen van de mannetjes zijn in opgeblazen toestand wit.

De bastaardkikker of groene kikker of middelste groene kikker (Pelophylax kl. esculenta), bereikt een lichaamslengte van 11 tot 12 cm. De bovenzijde van het lichaam is helgroen, grasgroen of blauwgroen met donkerbruine tot zwarte pigmentvlekken. Sommige dieren hebben ook een volledige of gedeeltelijke bruine bovenkant. De pigmentvlekken op de rug kunnen klein, zwart en cirkelvormig zijn zoals bij de kleine groene kikker of groot, bruin en met een onregelmatige vorm zoals bij de meerkikker. De hielgewrichtsknobbel is hooggewelfd maar asymmetrisch en het hoogste punt is doorgaans in de richting van de teen. De meeste exemplaren hebben echter een grijze kwaakblaas.

De meerkikker of grote groene kikker (Pelophylax ridibunda) is de grootste soort en kan meer dan 13 cm groot worden. De hielgewrichtsknobbel heeft bij deze soort dikwijls de vorm van een spitse driehoek. De meerkikker karakteriseert zich door zijn kleur en tekening van de bovenkant van het lichaam. Individuen uit de Centraal Europese populaties hebben doorgaans een olijfbruine kleur en die kleur is op de rug donkerder dan op de flanken. De dorsale grondkleur kan echter ook bruin- of grijs- of geelachtig zijn. De kleur van de kwaakblazen varieert van grijs naar zwartgrijs.

Leefgebied:

De poelkikker komt alleen voor in Europa, met verspreidingsgebied van Zuid-Frankrijk tot  Noord-Duitsland en zo oostwaarts tot in Polen. Er is een voorkeur voor kleine, vegetatierijke en voedselarme wateren. Concreet gaat het om elzenbroekbos, veedrinkpoelen, oevers van hoogveenmoerassen  in open landschap. De poelkikker is een echte ''zonner'' en overwintert op het land.

De middelste groene kikker is minder gespecialiseerd dan de beide oudersoorten. Dus te vinden in het leefgebied van de poelkikker en de meerkikker. Ze overwinteren vaker op het land dan onder water en overdag leven ze vaak in het ondiepe water in de buurt van oevers.

De middelste groene kikker overwintert vaker op het land dan onder water.

De meerkikker is een soort van open landschappen en wordt aangetroffen langs de oevers van grote rivieren, dode rivierarmen , meren en vijvers, maar ook kleine wateren als grotere regenplassen, bronnen. De meerkikker overwintert meestal in het water, maar ook soms op het land.

Voortplanting:

Wanneer de de middelste groene kikker zich onderling gaat voortplanten levert dit meestal niets op. Kruising tussen poelkikker en bastaardkikker levert bastaardkikkers op en voortplanting tussen meerkikker en bastaardkikker produceert meerkikkers.

De paartijd bij de poelkikker start eind april en bij een temperatuur van 18°(mei) zet het vrouwtje zo''n  550-3000 eitjes  af. De middelste groene kikker zet meerdere eiklompen af die tussen de 3000 en 10000 eitjes bevatten. Een meerkikkervrouwtje kan per seizoen tot 16000 eitjes produceren.  De vrouwtjes worden tijdens de paring in hun oksels omklemt en het mannetje bevrucht de eitjes

Na 4-7 dagen, afhankelijk van de temperatuur, start de metamorfose van eitje tot dikkopje tot groene kikker.

De larven van het groenekikkercomplex bereiken een lengte van 4 tot 8 cm maar soms groeien ze uit tot echte "reuzenlarven" die wel een lengte van meer dan 18 cm bereiken

Na 2-4 maanden is de matamorfose voltooid en tegen eind augustus verlaten de juvenielen meestal de poel.

Voedsel -vijanden:

De groene kikker  eet vooral dagactieve ongewervelden: spinachtigen, krekels, landslakken, rupsen, zelfs salamanders en  kleine vissen.

De vijanden zijn te vinden onder gewervelden als forel, slangen, zelfs bij 70 vogelsooren staan ze op het menu zoals ooievaar en reiger en onder de zoogdieren zijn  vos, steenmarter, bunzing... hun belagers.

Geluid:

Tijdens de voortplantingspiek liggen de mannetjes met opgeblazen lichaam op het wateroppervlak en roepen vaak in koren. Hierbij zijn de gepaarde kwaakblazen die aan weerszijden achter de mondhoeken opbollen, duidelijk zichtbaar.

Inventarisatie:

Vervuiling van rivieren, kanalisatie van rivieren , verdwijnen van poelen bedreigt hun voortbestaan.

De meeste populaties van de poelkikker in Vlaanderen concentreren zich in de voedselarme tot voedselrijke vennen, poelen en vijvers op de zandgronden van de Kempen. De poelkikker wordt maar sporadisch waargenomen in de rest van het Vlaamse gewest. In West-Vlaanderen is de poelkikker de meest zeldzame amfibie na de boomkikker! Oorzaak is vooral de bemesting van en omgeving van poelen.

De bastaardkikker komt in alle provincies voor, maar sterk verspreid en vooral te vinden in riviervalleiën In West-Vlaanderen is de vallei van de Leie , de Mandel, schelde goed bezet en in Oost-Vlaanderen zijn de Schelde-, Dender- Durmevallei  de benutte locaties.

Alle populaties van de meerkikker zouden gegroeid zijn uit accidentjes of vrijwillig uitgezette dieren. In Vlaanderen worden meerkikkers vooral gevonden in de Scheldevallei tussen Wetteren en Gent. In Zuid-West-Vlaanderen komen er verspreid vindplaatsen voor met grote populaties.

Vergelijking tussen de gegevens van 1976- 1978 en 2000-2005 toont een drastische afname van de groene kikker.

 

© Guido Quaghebeur (NP)
Komstraat 89 8970 Poperinge | 057 33 79 78 | Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.

Powered by LMD